Extra’s

Lost Recordings

De uiterst getalenteerde, volgens getuigenissen zachtaardige en bescheiden tenorsaxofonist Tina Brooks deed in de late jaren vijftig en vroege jaren zestig verschillende opnamesessies voor platenfirma Blue Note, waarvan enkel True Blue werd uitgebracht, in 1960. Back to the Tracks dateert uit datzelfde jaar maar kwam pas in 1998 in de winkels terecht en is vandaag alweer moeilijk vindbaar. Bijzonder jammer, want deze sessie met ritmesectie Kenny Drew (piano), Paul Chambers (bas) en Art Taylor (drums) moet niet onderdoen voor de Blue Note hardbop klassiekers uit dezelfde periode van Dexter Gordon, Freddie Hubbard of Jackie McLean.

Ook Wayne Shorter maakte in de jaren zestig meer muziek dan Blue Note bleek aan te kunnen. Tussen de lente van 1964 en de herfst van 1965 nam hij behalve de uitgebrachte albums Night Dreamer, Ju, Speak No Evil en The All Seeing Eye ook nog The Soothsayer en Etcetera op, die pas in 1979 en 1980 zouden verschijnen. Maar misschien verdient bovenal Second Genesis herontdekt te worden, in 1960 samen met Art Blakey, Bob Cranshaw en Cedar Walton ingespeeld voor Vee Jay Records en voor het eerst verschenen in 1974. 

 

Toen Duke Ellington in 1963 in Zürich optrad kon de Zuid-Afrikaanse zangeres Sathima Bea Benjamin hem ervan overtuigen even naar het trio van haar vriendje (en dra echtgenoot) Dollar Brand te komen luisteren. Ellington was onder de indruk, ook van haar zangkunst en nodigde hun uit voor een opnamesessie drie dagen later in Parijs. Een betere lancering dan Duke Ellington Presents the Dollar Brand Trio kon de Zuid-Afrikaanse pianist die later zijn naam zou veranderen in Abdullah Ibrahim zich niet dromen. De bij vlagen fabuleuze opnamen met Benjamin echter, afwisselend belegeleid door Brands trio, Ellington of Billy Strayhorn, werden door Ellingtons platenmaatschappij afgewezen als niet-commercieel genoeg en leken verloren te zijn gegaan, tot in de jaren negentig bleek dat de opnameleider een geheime kopie had gemaakt voor zichzelf. In 1997 verscheen A Morning in Paris alsnog, een van de mooiste vocale jazzalbums uit de jaren zestig.

Dexter Gordon, Clubhouse: de boomlange tenorsaxofonist woonde al enkele jaren in Europa, maar deze sessie uit mei 1965 met onder meer trompettist Freddie Hubbard en pianist Barry Harris nam hij op in de studio van de gevierde klanktechnicus Rudy van Gelder in New Jersey. Robuuste, elegante bebop, gebracht met grote melodische flair. Pas in 1979 door Blue Note op de markt gebracht.

John Coltrane, Living Space (1965): in de jaren voor zijn overlijden aan leverkanker in 1967 nam Coltrane voor het label Impulse een ontzagwekkende hoeveelheid nieuw materiaal op. Na zijn dood werd een groot deel al relatief snel uitgebracht. Onder meer Om, Transition, Sun Ship en Insterstellar Space illustreerden de welhaast kosmische sonische tocht die de saxofonist maakte, tot in regionen waar slechts weinigen hem konden volgen. Tot laat in de jaren negentig kwamen er nieuwe studio-opnamen op de markt. Het met zijn klassieke kwartet opgenomen Living Space (1998), waarop ook enkele tracks die eind jaren zeventig al op LP verschenen, is wellicht de meest toegankelijke.

Lee Morgan had in 1964 Blue Note met ‘The Sidewinder’ zowaar een pophit bezorgd, maar dat betekende niet dat alles wat hij opnam ook automatisch meteen op plaat werd uitgebracht. Voor de sessie uit 1967 die later als The Procrastinator verscheen duurde het tot 1978, maar met de kwaliteit had dat niets te maken. Vibrafonist Bobby Hutcherson, Wayne Shorter, Herbie Hancock, bassist Ron Carter en drummer Billy Higgins zijn in grote vorm en onder meer in het titelnummer bewijst trompettist Morgan hoezeer er naast Miles Davis echt nog wel plaats was voor een geheel andere trompettist.  

Miles Davis, ‘Circle in the Round’ (1967): met ruim 33 minuten wellicht de langste improvisatie van het tweede grote kwartet van Miles Davis, voor de gelegenheid aangevuld met gitarist Joe Beck, uit de opnamesessies voor de LP Nefertiti (1968). Veel te lang voor het LP-tijdperk en toen de track in 1979 verscheen op de dubbel-LP vol outtakes Circle in the Round moest hij nog altijd met zeven minuten worden ingekort. In volle glorie te beluisteren op de box The Complete Studio Recordings of The Miles Davis Quintet 1965–1968 (1998) en een onmisbaar puzzelstuk in Miles’ ontwikkeling van akoestische naar elektrische jazz.

Bobby Hutcherson staat bij veel jazzliefhebbers in de kast, want hij speelde vibrafoon op klassiek geworden platen als Out To Lunch (1964) van Eric Dolphy en Judgment! van Andrew Hill (evenzeer 1964). De onder zijn eigen naam uitgebrachte sessies op Dialogues (1965) en Happenings (1966) behoren tot het beste wat Blue Note in de zo vruchtbare jaren zestig uitbracht. Van de elf platen die Huchterson van 1963 tot 1969 als bandleider opnam voor het label kwamen er niet minder dan 5 met ruim tien tot zesendertig jaar vertraging uit. De beste uit deze reeks is misschien wel Patterns, opgenomen in maart 1968 en uitgebracht in 1980: de prachtige fluit- en altsaxpartijen van James Spaulding passen perfect bij de warme klank van de vibrafoon. 

Andrew Hill, Passing Ships (1969): Blue Note-opnamen die jarenlang verloren leken, tot in 2001 de tape werd teruggevonden; in 2003, in de glorieuze nadagen van de pianist, dan eindelijk op CD uitgebracht; een uitgebreide blazerssectie geeft deze vaak opvallend melodieuze muziek een big bandgevoel – hoe de gecomponeerde muziek zich post-Ellington had kunnen ontwikkelen. Veel mooiere jazz werd er in de jaren zestig niet gemaakt.

10 Lost Recordings

Meer lezen: 

New York Times geschiedenis van de zwarte (Amerikaanse) film, met onder meer films van William Greaves en Gordon Parks

 

 

Gezongen jazz

Klassieke composities verwerkt in jazz en pop

Kies hier het hoofdstuk voor beeld- en geluidfragmenten