Judith Fanto over haar persreis naar Wenen

28 maart 2020

Voor een interview over mijn debuutroman Viktor werd ik uitgenodigd voor een persreis naar Wenen.

Wat kan ik zeggen? Achteraf gezien had ons verblijf daar geen dag langer moeten duren. Maar op dat moment leek het allemaal nog niet zo ernstig. Italië was vooral nog een ver vakantieland en in Oostenrijk kregen uitsluitend wintersporters het nieuwe, raadselachtige virus. Toch besloten Marije Lenstra (verantwoordelijk voor de marketing bij Ambo|Anthos uitgevers, red.) en ik, onze gezinnen ingedachte, ons grondig voor te bereiden. Ik pakte mondmaskers, latexhandschoenen en desinfectiezeep in en propte een pak alcoholdoekjes in mijn dochters roze broodtrommel. Voor het overige volstond een tandenborstel.

Momenteel worden mensen met zulke handbagage bij Schiphol opgepakt op verdenking van georganiseerde misdaad, maar op 10 maart keek de douanebeambte me slechts stomverbaasd aan. Waar had ik dát nou allemaal voor nodig? Toen ik iets stamelde over besmettingsgevaar en hij waarschijnlijk dacht aan het protocol ‘verwarde vrouw’, sloot hij met een kalmerende glimlach mijn koffertje. En dat was dat.

Eenmaal in Wenen ontstond aan de receptie van ons hotel Regina wat verwarring. Daarom legde Marije uit: ‘De tenaamstelling van de kamers is gewijzigd omdat ons oorspronkelijk reisgezelschap wegens verblijf in Italië momenteel in quarantaine zit.’ Dit vond de hotel employee zo’n ongelooflijke bak dat hij bulderde van het lachen. Corona? Wat een gekkigheid, daar hoefden we in Wenen echt niet bang voor te zijn!

Tot onze verwondering bleek Wenen inderdaad een groene oase in de Coronawoestijn. Als wij hier en daar bij een ontmoeting met Weners een balletje opgooiden over Covid-19, vielen ons meewarige blikken ten deel of haalde men de schouders op. Onwillekeurig moest ik denken aan componist en dirigent Gustav Mahler, die naar verluidt wanhopig kon worden van de legendarische Weense slordigheid van zijn orkestleden. En wie was het ook weer, die ooit had beweerd dat ‘alles in Wenen wordt bedekt met een walsje van Strauss en chocoladeglazuur van Sacher’?

Al wandelend gingen we Wenen toch met andere ogen bekijken. Met haar brede lanen, vele parken en statige gebouwen met hoge plafonds en royale gangen leek deze stad een paar honderd jaar geleden met vooruitziende blik te zijn gebouwd. Misschien gedijde sociale distantie hier als vanzelf, met uitzondering misschien van wat korte ritjes in de tram op de Ring. En zou de zeer wellevende, bijna formele en hiërarchie-bewuste houding van de Weners inderdaad misschien een positieve rol kunnen spelen bij het afwenden van dit Corona-virus, dat zo dol is op het amicale en informele van de fysieke nabijheid?

Vandaag, amper drie weken later, nu Oostenrijk in ‘lock down’ is, heb ik mijn antwoord. Het zal een tijd duren voor ik Wenen weer kan bezoeken, maar ik heb geduld, want ik weet: ooit zal ik weer struinen door de Volksgarten, grasduinen in het stadsarchief van het Wiener Rathaus en wandelen over de brede Ringstraße. In de voetsporen van Viktor.

 

Noot van de uitgeverij

Nieuwsgierig geworden naar Viktor? Bestel ‘m dan direct door hier te klikken.