Schrijfwedstrijd ‘Lentekriebels’

29 juni 2022

In april eindigde onze schrijfwedstrijd met als thema ‘Lentekriebels’! We hebben leuke inzendingen mogen ontvangen, maar één sprong eruit… Fleurs vensterbank-flirt van Fabienne Swinkels! Lees hieronder haar inzending.


Fleurs vensterbank-flirt

Eindelijk komt het zonnetje boven het pand aan de overkant van ons huis uit. Hier heb ik de hele ochtend op gewacht.

Ik schuif het grote oude raam omhoog, haal de planten van de brede vensterbank en nestel mezelf met een paar kussens en een dun boekje in het ochtendzonnetje. Ik leg het boek op mijn schoot, laat mijn hoofd tegen het kozijn rusten en doe mijn ogen nog even dicht. De lente is echt mijn lievelingsseizoen. Niet alleen omdat de wereld dan weer tot leven komt, de zon weer vaker schijnt en de bomen weer groen worden, maar ook omdat dit het enige seizoen is waarin je zo lekker kunt genieten van onze vensterbank. In de zomer brand je hier weg, in de herfst waai je weg en in de winter vries je weg. Ik geniet dus van iedere zonnige lentedag.

‘Is het weer tijd voor je mannenjacht, Fleur?’ klinkt het opeens.

Ik doe één oog open en kijk naar mijn veel te sportieve huisgenote Mirthe, die uit haar slaapkamer komt lopen. Met haar zandkleurige, steile haar in een nonchalante staart en in een perfect bij elkaar passende sportoutfit, loopt ze naar de keuken waar ze een schaaltje vult met yoghurt en muesli en het vervolgens in sneltreinvaart opeet. Ik weet dat ze het stiekem heerlijk vindt wat ik doe. En dat ze zeker had meegedaan als ze zelf geen vriend had.

‘Yes. Ik heb deze week pas twee boeken naar beneden “laten vallen” en het heeft niets opgeleverd,’ zeg ik terwijl ik met mijn vingers aanhalingstekens in de lucht maak en een gemaakte pruillip trek.

Mirthe grinnikt. ‘Ik kan niet wachten om hierover te speechen bij je bruiloft.’

‘Ik laat jou dus echt niet speechen. Jij weet teveel. Dan zou mijn toekomstige man meteen vluchten,’ zeg ik met een grijns.

Mirthe gnuift en schraapt met haar lepel het laatst beetje yoghurt uit haar schaaltje, voor ze hem in de vaatwasser zet. ‘Ik ga naar het park met Josh. Waarom ga je niet mee?’

Ze doelt op mijn eeuwige geklaag over mijn extra kilo’s. Die ik er echt wel af wil hebben, maar waar ik liever geen moeite voor doe. Ik geef haar een blik, maar ze negeert het en gaat ongestoord door: ‘Er schijnen daar ook weleens mannen rond te lopen.’

Mijn andere favoriete klaagonderwerp: mijn tot nu toe niet heel succesvolle liefdesleven.

Ik gooi een kussen naar haar toe, die ze behendig ontwijkt.

‘Ten eerste ga jij daar hardlopen, dus daar trap ik niet in en ten tweede: ik heb er maanden over gedaan om het perfecte huis, met de perfecte vensterbank, op de perfecte locatie te vinden. In een straat waar leuke mannen gewoon langslopen. Ik kan hier zittend mijn perfecte man tegenkomen.’ Ik kijk haar tevreden aan terwijl ik de vingers waar ik op meegeteld heb triomfantelijk in de lucht hou.

‘Aha! Dus dat eerste boek was helemaal geen ongelukje?’

‘Jawel!’ roep ik snel, ‘maar…’

‘Niks maar,’ valt Mirthe me in de reden, ‘mij maak je niks meer wijs schat. Maar goed, ik houd toch wel van je, dus succes met je jacht.’ Ik lach. Ze trekt een vestje van de kapstok, pakt haar tas en verdwijnt naar beneden.

Mijn blik verplaatst zich naar de straat. Het is nog niet zo druk buiten. Of nou ja, vergeleken met een zaterdagmiddag dan. Voor een zondagochtend is er al best wat rumoer in de straat.

Ons kleine appartement bevalt prima. En met klein bedoel ik écht klein. Met een mini-woonkamer waarin eigenlijk alleen een kleine bank en een tv passen; twee kastjes die volgens de huisbaas voldoen aan de eisen van een keukenblok; een badkamer ter grootte van zo’n hokje in een caravan en twee gangkasten die doorgaan als onze slaapkamers.

Normaal gesproken zou het niet in me opkomen om zo klein te gaan wonen. Zeker omdat er geen tuin of zelfs maar een balkon bij zit. Maar de locatie, midden in een winkelstraat met leuke cafés, een park op loopafstand en de fijne brede vensterbank waarop je kunt zitten, gaven de doorslag.

Ik denk aan de eerste weken hier. Ongeveer een jaar geleden. Toen spendeerden Mirthe en ik dagelijks uren op de vensterbank. Een beetje mensen kijken – onze favoriete bezigheid -, wijntjes drinken, verhalen over ons liefdesleven aan elkaar vertellen. Heerlijk.

Eén keer heb ik hier gezeten om een boek te lezen. Het voelde helemaal als een plaatje uit een film. Het was aan het begin van de lente en ik had het raam, net als nu, opengezet. Ik had het boek – een verzamelstuk van een columnist over haar gênantste dates, geen grap – naast me neergelegd om op mijn telefoon een fijne afspeellijst aan te zetten, toen ik me rotschrok van een hard geluid. Het deurtje van een van de keukenkastjes had het begeven toen Mirthe er iets uit wilde pakken en viel op de grond. Gelukkig raakte het deurtje Mirthe niet en zat er een stang halverwege het venster waardoor ik niet viel, maar ik schrok zo dat ik met mijn voet het boek naar buiten veegde. Het viel op de grond, vlak voor de voeten van een enorm lekkere gast. ‘O mijn god, Mirth kom hier!’ siste ik, terwijl ik haar wenkte met mijn hand.

Mirthe liet het deurtje voor wat het was en kwam meteen aangesneld. Ze keek naar buiten en riep zonder af te wachten dat het mij speet en ik het boek meteen zou komen halen. O, en of hij vooral het boek even wilde bewaken. Alsof al het langslopende publiek een half uit elkaar gevallen boek van de grond zou rapen en er mee weg zou rennen. We haalden onze hoofden weer naar binnen en proestten het uit. Toen ben ik gauw naar beneden gegaan. Helaas bleek de gast vooral erg knap en niet erg aardig. Maar een nieuwe flirttactiek was geboren en we hebben heel wat lentedagen zo doorgebracht. We hebben er zelfs goedkope doktersromannetjes voor aangeschaft. Ondanks dat we niet vaak succes hadden, hebben we wel veel lol gehad. En Mirthe heeft haar huidige vriend er wel aan overgehouden, dus dat is mijn motivatie om door te gaan zonder haar.

‘Fleur!’ Ik kijk naar beneden en zie Mirthe met haar fiets op straat staan. Ze wijst en knikt veelbetekenend naar een jongen die langsloopt. O mijn god, ik haat haar. Ik steek mijn middelvinger op, maar Mirthe is er niet van onder de indruk en roept, te hard: ‘Wat? Misschien is dit hem wel. Gooi je boek achter hem aan!’ Ze tuit haar lippen alsof ze een kus geeft en rijdt danlachend weg.

Ik doe haar wat. Maar toch gluur ik naar de jongen waar ze heen wees. Hij is al voorbij ons huis maar ik moet zeggen, zo van de achterkant is het helemaal mijn type.

Donker half lang haar tot zijn schouders, spijkerbroek die niet te wijd, maar ook niet te strak zit, mooi wit getailleerd shirt waar je zijn goedgebouwde lichaam in ziet.

Mijn telefoon trilt. Ik pak hem op en zie een appje op het scherm verschijnen.

Mirthe: Hij was echt leuk hoor!

Ik: Als hij nog een keer langsloopt zal ik een boek gooien.

Mirthe: Doen!

Ik: Met welk boek maak ik de meeste kans denk je?

Mirthe: Never judge a lady by her cover

Ik grijns en stuur haar een huilende emoji.

Mirthe: Grapje schat, je bent een super knapperd J

Ik leg mijn telefoon weg en loop naar de badkamer. Ik kijk in de spiegel. Als ik ook maar enige kans op een date wil maken, moet ik er wel een beetje toonbaar uitzien. Ik haal het elastiek uit mijn dikke bruine haar en schud het los. Ik haal er een hand doorheen en het verbaast me hoe goed het eigenlijk zit. Daarna poets ik snel mijn tanden en was ik mijn gezicht. Ik doe nog wat mascara en lippenstift op, verruil mijn slaapshirt voor een bh en een jurkje en loop dan terug.

Ik smeer een broodje en nestel me weer op de vensterbank. Daar zit ik vervolgens nog een uur. Ik heb toch niks beters te doen.

Net als ik de illusie dat hij nog eens langs zal lopen wil laten varen, zie ik hem. Mijn hart maakt een sprongetje van de kick. Hij heeft nu een plastic tasje in zijn hand. Ik kijk om hem heen. Ik zie geen vrouw in de buurt. Hij blijft ook nergens op iemand wachten. Perfect.

Hij is nu heel dichtbij. Zal ik het doen? Ach, waarom ook niet. Ik doe het bij al die andere mannen toch ook? Nog twee meter, dan gooi ik het. Ik hou mijn adem in als ik het boek subtiel en zogenaamd geschrokken van de vensterbank naar beneden laat glijden.

Ha! Precies voor zijn voeten. Ik word er steeds beter in.

‘O, sorry!’ roep ik. ‘Wacht even, dan kom ik hem halen!’ en ik schiet al weg uit de vensterbank voor hij de kans heeft om te antwoorden. Ik ren naar de gang en de trap af. Maar voor ik de deur open doe, blijf ik even staan en haal ik diep adem. Ik zet mijn ‘het spijt me ontzettend maar ben ook aan het flirten’-gezicht op (iets waar Mirthe en ik experts in zijn geworden, al zeg ik het zelf) en trek de deur open.

Meestal zet ik dan een stap naar buiten, maar deze keer blijf ik abrupt staan. Shit, hij is echt knap. En lang. Hij torent minstens een hoofd boven me uit.

‘Hoi, uhm, nogmaals sorry,’ stamel ik. Ik denk niet dat mijn glimlach er nog flirterig uitziet. Ik ben van mijn stuk gebracht door deze knappe vertoning.

‘Geeft niet. Ik hoopte al dat je hem zou gooien,’ zegt hij, terwijl hij me een knipoog geeft.

‘Wat?’ Ik schud verward mijn hoofd en kijk vragend naar hem op.

Hij grijnst. De mooiste glimlach die ik ooit heb gezien.

Hij doet zijn zonnebril af en ik zie nu ook de allermooiste blauwe ogen die ik ooit heb gezien. Ik verdrink erin. Het duurt veel te lang voor ik besef dat mijn mond half open hangt. ‘Ik ehh…’ stamel ik.

‘Je vriendin was niet heel subtiel vanmorgen.’ Hij knipoogt weer en ik krijg er knikkende knieën van. ‘En ik heb jullie weleens gezien bij De Gele Haan, maar toen waren jullie druk bezig met een paar mannen.’ Gaat hij onverstoorbaar verder, alsof ik niet als een malloot hem sta aan te gapen. Van de zelfverzekerde houding die ik normaal heb als ik een boek beneden ga ophalen, is niks over.

‘Dat waren haar vriend en zijn broer. Ik heb geen vriend,’ zeg ik. Hij heeft me al eens gezien. Ik was hem opgevallen. Hij dacht dat ik een vriend had. Mijn gedachtes struikelen over elkaar heen.

‘Mooi.’

Ik lach schaapachtig. Ik weet niet precies wat me overkomt, maar dit heb ik nog niet eerder meegemaakt. Na wat voor mijn gevoel minuten duurt, kom ik weer bij zinnen. Of nou ja, een soort van. Ik steek mijn hand uit. ‘Fleur,’ stel ik mezelf voor, ‘kan ik je een drankje aanbieden voor het ongemak?’

Ongemak? Serieus?

‘Dit was geen ongemak, maar graag.’ Weer die lach. ‘En Jim,’ vervolgt hij terwijl hij mijn hand schudt.

‘Ik, eh, ja ik pak even m’n spullen.’ Ik draai me om en stap weer naar binnen.

‘Fleur,’ Ik draai me terug, ‘je vergeet je boek.’

Gênant. Ik pers mijn lippen op elkaar terwijl ik een soort van glimlach en pak het boek van hem aan, ga terug het huis in ren en met twee treden tegelijk de trap op naar boven.

Ik grijp mijn telefoon van de vensterbank en zoek bij mijn favorieten naar het nummer van Mirthe. Ik hoop maar dat ze nog niet aan het hardlopen is.

‘Mirth,’ hijg ik als ze opneemt, ‘je raadt nooit wat er gebeurd is!’

‘Vertel!’

‘Ik ga wat met hem drinken!’

‘Met wie?’

‘Ja, wat denk je? Die gast voor wie ik het boek gooide! Hij kwám dus echt nog teruglopen.’ Ik schreeuw elke zin alsof ze me dan beter verstaat. Dat doe ik altijd als ik opgewonden ben.

‘Waaaaaah, o mijn god Fleur! Pak hem in! En onthoud alles wat ie zegt en doet, want ik wil vanavond een uitgebreid verslag!’

‘Ik zal mijn best doen,’ zeg ik lachend.

‘Ik moet nu gaan, Josh heeft zijn spieren al opgewarmd, dus die staat letterlijk naast me te trappelen.’

‘Is goed. Succes.’ Ik wil het gesprek net uitklikken als ik Mirthe mijn naam nog hoor roepen.

‘Zeg even waar je wat gaat drinken, dan komen Josh en ik daar langs rennen.’

‘Ja dag.’ Ik lach en druk het gesprek uit voor ze nog kan reageren. Vanavond krijgt ze alle details, maar tot die tijd ga ik eerst zelf genieten van die knappe gast, die beneden nog steeds staat te wachten. O, kak.

Ik draai me om naar het raam. Dat nog steeds open staat. Ik kan mezelf wel voor mijn kop slaan. Ik loop ernaar toe en steek mijn hoofd naar buiten. Hij is weg! Is hij weg? Ik kijk rond en zie hem dan gelukkig aan de overkant in het zonnetje op een stoeprand zitten. Hij kijkt mijn kant op en steekt zijn hand op.

‘Ik kom eraan!’ roep ik. Ik trek mijn hoofd weer naar binnen en doe het raam dicht. Op dat moment besef ik dat hij mijn schreeuwerige gesprek met Mirthe misschien wel heeft gehoord en sla ik mijn hand voor mijn mond. Dan barst ik in lachen uit. Wat een ochtend, nu al.

Ik pak snel mijn spullen en loop naar beneden. Hij zit nog steeds  op de stoeprand te wachten, maar staat meteen op als hij me ziet.

Samen lopen we naar het grote plein waar een hoop leuke zaakjes te vinden zijn en kiezen we er een uit in de zon, zodat we op het terras kunnen zitten.

‘Hoe vaak doe je dit eigenlijk?’ vraagt Jim als onze koffie en wafels geserveerd worden.

‘Koffie drinken op het terras?’ vraag ik onschuldig. O, ik hoop met heel mijn hart dat hij dat bedoelt.

Hij lacht. ‘Boeken gooien naar mannen.’

‘Hij viel!’

‘Ga je dat echt volhouden?’ Er verschijnt een glinstering in zijn ogen, die ik nu de hele tijd mag bewonderen omdat hij zijn zonnebril af heeft gezet. Ik verdrink erin en kan er niet tegen liegen.

‘Oké, ik geef toe dat ik het boek misschien bewust een zetje heb gegeven,’ zeg ik terwijl ik snel mijn cappuccino pak en een slok neem.

Hij lacht weer. O, die lach. Ik smelt.

‘Maar een drankje drinken met die mannen niet hoor!’ Ik wil niet dat hij denkt dat hij gewoon een van de vele is. In werkelijkheid is hij juist een enorme uitzondering, want verder dan een kletspraatje bij de deur ben ik nooit gekomen.

‘Gelukkig,’ zegt hij.

Het volgende uur gaat veel sneller voorbij dan ik zou willen. We kletsen en lachen en er is nog geen enkele ongemakkelijke stilte gevallen. Hij is niet alleen vriendelijk en spontaan, maar heeft ook een leuk gevoel voor humor. Zijn verhalen over zijn werk bij het vliegveld maken me aan het lachen en ik zou willen dat dit moment de rest van mijn leven duurt. Jammer genoeg moet hij straks werken, dus we kunnen niet nog langer blijven zitten.

‘Ik betaal,’ zegt hij als de rekening komt, ‘want bij een eerste date betaalt de man.’

Oké, hij scoort hier punten, maar ik wil betalen.

‘Nee,’ zeg ik, ‘ik betaal. Ten slotte was het een excuusdrankje.’ Ik probeer de rekening te pakken, maar hij trekt hem weg.

‘Ik weet het goed gemaakt,’ zegt hij. ‘Jij mag betalen omdat het je excuusdrankje was, maar dan komt er nog een officiële eerste date die ik betaal. En anders betaal ik alsnog nu.’

Hij wappert met de bon in de lucht.

Ik knijp mijn ogen een beetje samen. ‘Smooth, maar je hebt een deal.’

Hij kijkt tevreden als hij de bon aan me teruggeeft. Ik pak het aan en loop naar binnen.

Als ik heb betaald blijf ik nog even bij de bar staan en pak ik mijn telefoon. Ik open het appgesprek met Mirthe.

Ik: OMG kun je na één afspraakje al verliefd zijn?

Mirthe komt meteen online.

Mirthe: VERTEL!!!

Ik: Vanavond… Hij moet werken, maar ik denk dat er wel een echte date komt. Echt Mirth, hij is zo leuk!

Mirthe: Oeh, de meid heeft lentekriebels! Ik koop extra wijn. Tot straks!

Ik: Haha, goed idee. Tot straks! Ik stop mijn telefoon weg en loop terug naar buiten. Hij staat voor het terras in het zonnetje op me te wachten. Ik zucht, geen over twijfel mogelijk: ik heb inderdaad last van lentekriebels. En niet zo’n beetje ook.

Meer lezen?