'De jonge filosoof is krap veertig, maar betoont zich al een meester van de weemoed. Op zijn sterkst is hij als hij nogal alledaagse jeugdherinneringen (zoals de schaamte die hij voelde toen hij een meisje oorbellen gaf) een bijzondere glans weet te geven door er een filosofische blik op te werpen.' – Vrij Nederland
'Simon koppelt zijn filosofische beschouwingen soepeltjes aan alledaagse gebeurtenissen uit zijn eigen leven. Met zijn anekdotische aanpak maakt hij ingewikkelde problemen makkelijk behapbaar en het leest ook nog eens lekker weg.' – Dagblad van het Noorden
'Coen Simon is een zorgvuldige observator en schrijft evocatief. Of het nu over het landschap van zijn jeugd gaat, het vriendinnetje op de kleuterschool of een concert van Bruce Springsteen in De Kuip, de lezer is erbij en voelt de heimwee, de lust en de hoop. Simon schakelt bovendien moeiteloos over van de literaire verteltrant naar de rationele analyse, en weer terug. En juist daardoor wordt zijn conclusie een doorleefde wijsheid: niet de vervulling van ons verlangen, maar het verlangen zelf geeft zin aan ons leven.' – ***** Volkskrant
'Simon schrijft mooi, toegankelijk en boeiend. Geen misverstand daarover. Hij zet je aan het denken. Zijn verhalen gáán ergens over en zijn in veel opzichten herkenbaar voor jou als mens, of je nu een gelovig of ongelovig mens bent.' – Nederlands Dagblad
'Simon schrijft lichtvoetig en elegant. Hij raakt zijn onderwerp aan, maar zonder het in te lijven, danst er omheen, maar houdt het nooit in zijn greep. Door de zorgvuldige compositie is Wachten op geluk een kleurrijk mozaïek van korte fragmenten tekst geworden, dat soms in cirkels lijkt te draaien. De korte stukken tekst grijpen op vernuftige wijze in elkaar, borduren op elkaar voort, om soms nauwkeuriger of minder intuïtief op hetzelfde punt weer terug te komen.' – de Groene Amsterdammer
'Geïnspireerd door Schopenhauer maar in zijn eigen, heldere bewoordingen en met inzet van persoonlijke ervaring onderzoekt Simon verschillende toonaarden van verlangen.' **** – AD Algemeen Dagblad
'Simon heeft een mooie pen en de gave zijn gedachten als het ware al schrijvende te laten ontstaan. Hij probeert algemene waarheden te verwoorden, leunt daarbij op andere denkers – Schopenhauer bijvoorbeeld – maar vervalt nooit in bloedeloze abstractie. Vertrek- en ijkpunt blijft steeds de eigen ervaring, emoties en herinneringen.' – Intermediair
'Coen Simon is een jonge, rijzende ster aan het filosofenfirmament […] die het essay als kunstvorm in de vingers heeft. […] Prikkelend is het zeker wat hij te berde brengt, dus die wisselbeker is zeer op z’n plaats.' – Limburgs Dagblad
'Je krijgt gaandeweg meer en meer bewondering voor de persoonlijke aanpak van Simon. Het is niet alleen een stijlmiddel, nee, het is de kern van zijn filosofische opvatting. Daarbij is hij ook een goed schrijver. […] Simon behandelt het allemaal op zeer persoonlijke, maar daardoor niet minder ware wijze. Hij combineert nuchterheid met suspense. Dit is inderdaad literaire filosofie.' – Parool
'Coen Simon schrijft met de zorgvuldigheid van de zich verwonderende denker. Leg het op uw nachtkastje, lees af en toe een essay en verwonder u.' – Skipr