DOE MAAR
Begin jaren tachtig valt Nederland ten prooi aan een heuse Doe Maar-manie: de platen vliegen met honderdduizenden over de toonbanken, de (roddel)pers schrijft zich suf en de bandleden kunnen niet meer ongehinderd over straat. Tijdens concerten worden meisjes platgedrukt tegen de dranghekken en moeten flauwgevallen fans over het podium afgevoerd worden. Ongelofelijk, ook omdat kopmannen Henny Vrienten en Ernst Jansz dan de dertig al gepasseerd zijn. Het wordt Doe Maar te veel. En daarom trekken de bandleden in april 1984 op het hoogtepunt van hun roem pardoes de stekker eruit. Nooit meer, zeggen ze. Nooit meer?
De groep komt voort uit een stelletje vrijgevochten performers, die als de Foelsbent Doe Maar zes weken lang het Festival Of Fools op z’n kop zet. Van dit achtkoppig gezelschap gaan zanger en toetsenist Ernst Jansz, drummer Carel Copier, bassist Piet Dekker en gitarist Jan Hendriks ook na het Festival door. Onder de naam Doe Maar wordt in 1978 een zonovergoten album vol Caribische klanken gemaakt, dat niet veel doet.
Henny Vrienten is in het begin van zijn muzikantenbestaan zo rond 1965 een Britpopper avant la lettre. Als zanger van de Tilburgse beatband De Skamps beweert hij dan zelfs fier dat zijn groep ‘nooit een lied in het Nederlands zou brengen’. Henny zal verschillende bandjes verslijten, onder de artiestennamen Ruby Carmichael en Paul Santos soloplaten uitbrengen, en uiteindelijk ook in de band van Boudewijn de Groot spelen –waar hij Ernst Jansz tegenkomt. Of zoals Henny in 1982 aan Muziek Expres vertelt: ‘Ik heb inderdaad veel aangerommeld. Leuke dingen gedaan. Met Boudewijn was het heel leuk werken. Toen speelde ik nog geen bas, maar gitaar.’
Na die eerste Doe Maar-plaat maakt Piet Dekker plaats voor Henny Vrienten. ‘Het was toen een bandje dat voornamelijk Zuid-Amerikaanse muziek speelde,’ aldus Henny. ‘Door mijn komst is inderdaad de nadruk komen te liggen op de reggae. Dat heb ik niet als eis gesteld. Ben je gek, dat ging vanzelf.’
De Nederlandstalige mix van pop, reggae, ska en punk van Doe Maar slaat in als, eh... ‘De Bom’ (nummer 1 in juni 1982). De albums Skunk (1981), Doris Day En Andere Stukken (1982) en 4Us (1983) worden meermalen platina en hits als ‘Sinds 1 Dag Of 2 (32 Jaar)’, ‘Doris Day’, ‘Is Dit Alles’, ‘Pa’ en ‘1 Nacht Alleen’ worden ware nederrockklassiekers, evergreens die iedereen mee kan zingen. Door het immense succes van Doe Maar schakelen talloze nederrockbandjes pardoes over van Engels naar Nederlands. ‘Sommige dingen die nu uit zijn op Nederlandstalig gebied vind ik goed, andere weer niet,’ zegt Henny daarover tegen de Hitkrant. ‘Je hoort trouwens wel ontzettend veel reggae bij al die bandjes. Toen wij dat speelden, deden we dat gewoon omdat we het te gekke muziek vonden, maar van die andere groepen weet ik het zo net niet… Een favoriete groep? Tja, Braak vind ik nog steeds te gek. Dat doet me wat.’
Ondanks het succes blijft Doe Maar niet in de reggae hangen. Ernst Jansz zegt eind 1982 dan ook: ‘Het zou gewoon stom van ons zijn als we altijd dezelfde liedjes zouden blijven maken omdat we nu toevallig een paar hits hebben gehad. We willen ons gewoon blijven ontwikkelen in 1983 en we verwachten dat ook van ons publiek. Zo blijft het voor iedereen spannend!’