Ondanks hun grote roem krijgen Antonius en Cleopatra weinig aandacht in het onderzoek over de eerste eeuw v.Chr. Ze waren in een machtsstrijd verwikkeld, werden verslagen en hadden zodoende weinig invloed op latere gebeurtenissen. De academische geschiedschrijving is er allang uiterst afkerig van zich te richten op individuen, ook al zijn ze nog zo charismatisch; in plaats daarvan zoekt men naar ‘dieper liggende’ processen en verklaringen voor gebeurtenissen. Als student volgde ik colleges over de ondergang van de Romeinse republiek en de vorming van het principaat, en later ging ik als docent zelf zulke colleges voorbereiden en geven. De tijd voor onderwijs en studie is altijd beperkt, en daarom sprak het vanzelf dat ik me op Caesar en zijn dictatuur richtte, alvorens over te schakelen op Octavianus/Augustus en de vorming van het keizerlijke systeem. De periode 44-31 v.Chr., toen de macht van Antonius zijn hoogtepunt bereikte, krijgt zelden zo’n uitvoerige behandeling. Het Egypte van de Ptolemaeën is meestal een hoofdstuk apart, maar ook al wordt het in een collegereeks opgenomen, de regeerperiode van zijn laatste koningin – die slecht gedocumenteerd is en toch al in de eindfase van een langdurig verval verkeerde – wordt zelden uitvoerig behandeld. De roem van Cleopatra trekt wellicht studenten aan, maar de colleges zijn, heel begrijpelijk en grotendeels onbewust, zo ingericht dat ze de nadruk leggen op ‘serieuzer’ onderwerpen en personen liever mijden.
Antonius en Cleopatra veranderden de wereld niet ingrijpend, dit in tegenstelling tot Caesar en in nog grotere mate Augustus. Een klassieke schrijver zei dat Caesars veldtochten de dood van een miljoen mensen en de slavernij van een veelvoud daarvan tot gevolg hadden. Wat de aanleiding ook was, hij voerde zijn leger aan om Rome met geweld te veroveren, waarbij hij door middel van burgeroorlog de oppermacht verwierf, en verving de democratisch gekozen leiders van de republiek. Maar Caesar was ook beroemd om zijn mededogen. Zijn hele leven ijverde hij voor sociale hervormingen en hulp aan de armen in Rome; ook probeerde hij de rechten van de mensen in de provincies te beschermen. Hoewel hij zichzelf tot dictator maakte, was zijn bewind in het algemeen genereus, waren zijn maatregelen verstandig en pakte hij problemen aan die lange tijd verwaarloosd waren. De strijd om de macht die zijn adoptiefzoon Augustus leverde, was aanmerkelijk harder, waarbij mededogen plaatsmaakte voor wraak. Augustus’ gezag was in een burgeroorlog verworven en hij handhaafde zich met geweld, en toch was ook hij een goede heerser. De politieke vrijheid van de senaat was feitelijk om zeep geholpen en verkiezingen speelden geen rol meer. Tegelijkertijd schonk hij Rome een vrede die het rijk in bijna een eeuw van politiek geweld niet gekend had en schiep hij een bestuurssysteem waarvan in vergelijking met de oude republiek een veel groter maatschappelijk segment profiteerde.
Antonius en Cleopatra bleken zelf evenzeer tot wreedheid en meedogenloosheid in staat, maar de verliezers in een burgeroorlog krijgen de kans niet de toekomst rechtstreeks vorm te geven. Los daarvan wijst niets erop dat Antonius echte idealen had: hij was op eigen roem en gewin uit. Sommigen zien Cleopatra graag als iemand die zeer begaan was met de voorspoed van haar onderdanen, maar de wens is hier de vader van de gedachte. Er zijn geen bewijzen dat haar zorgen verder reikten dan de garantie van een gestage ontvangst van belastinggeld teneinde haar greep op de macht te versterken. Want slechts een klein deel van haar regeerperiode zat ze stevig in het zadel, aan het hoofd van een koninkrijk dat enorm afhankelijk was van Romeinse welwillendheid, en het zou waarschijnlijk onredelijk zijn meer van haar te verwachten. Julius Caesar was zeer succesvol. Hij ontplooide ook op zeer kundige wijze een hele reeks activiteiten. Zelfs wie weinig opheeft met de man en zijn daden, bewondert wel zijn gaven. Het is nog moeilijker sympathie op te brengen voor Augustus, vooral in zijn jonge jaren, en toch kan niemand zijn echt opmerkelijke politieke bedrevenheid ontkennen. Caesar en zijn adoptiefzoon waren beiden zeer slim, al verschilden ze wel van karakter. Marcus Antonius miste hun subtiliteit en toonde weinig intelligentie. De sympathie voor hem is een afgeleide van de haat die iemand tegen Octavianus/Augustus koestert, maar er valt weinig aan hem te bewonderen. De geromantiseerde beschrijvingen grijpen terug op de propaganda uit de jaren 30 v.Chr. en zetten Antonius, de rondborstige, eenvoudige soldaat, af tegen Octavianus, de koelbloedige, laffe en berekenende politicus. Beide beschrijvingen zijn onjuist, maar zelfs in academische werken over die jaren komen ze nog steeds voor.