|
| |
‘Als de wereld onbegrijpelijk wordt, als we in de war zijn, dan zoeken we een plaats waar begrip (of het vertrouwen in begrip) in woorden is opgeschreven.’ Aldus Alberto Manguel in De kunst van het lezen. Voor Manguel definieert lezen de menselijke soort. ‘De mens wil in de wereld voor alles een narratief vinden: in het landschap, in het gezicht van de ander en in de beelden en woorden die onze soort schept.’
In De kunst van het lezen schrijft Manguel over Homerus en Dante, over Pinokkio en stripboeken; over Borges en Che Guevara; en vooral over Lewis Carrolls Alice in Wonderland dat hij beschouwt als zijn trouwste en levendigste literaire lotgenoot. Of hij nu schrijft over censuur of intellectuele nieuwsgierigheid, over de kunst van het vertalen of de geschiedenis van de bladzijde, de ideale lezer of de goddelijke geheugenpaleizen die wij bibliotheken noemen; Manguel houdt vol dat woorden de wereld samenhang verlenen en ons ‘een paar veilige plaatsen bieden als onderdak op onze reis door het donkere en anonieme bos’.
|
|
|