|
| |
Wat de Ilias is voor de Grieken, is de Edda voor de noordse volken. In poëtische vorm is het de schatkamer van hun mythologie en van veel van hun heldenverhalen en spreukenwijsheden. De godenliederen oefenen een mysterieuze aantrekkingskracht uit op de moderne lezer en de heldenliederen zijn een verheerlijking van het verleden. De kracht van de personages die erin optreden, alsmede de gebeurtenissen die zich afspelen, overstijgen het gewoonmenselijke van latere tijden. De tragische lotgevallen van het geslacht der Nevelingen zijn een inspiratiebron voor velen geweest.
Marcel Otten heeft met zijn vertalingen van de Edda, De saga van Grettir, De saga van de Völsungen en De saga van Njal een steeds groter corpus van de rijke IJslandse middeleeuwse literatuur onder een groeiend lezerspubliek weet te brengen. Deze vertaling van de Edda was noodzakelijk geworden na het vinden van een aantal nieuwe bronteksten.
|
|
|