| |

|
|
| |
Al negen maanden bivakkeert Landsman in hotel Zamenhof zonder dat een van zijn medegasten vermoord is. En nu heeft iemand de bewoner van kamer 208, een jehoede die zich Emanuel Lasker noemde, een kogel door het hoofd gejaagd. ‘Hij nam de telefoon niet meer op, deed de deur niet meer open,’ zegt Tenenboim de nachtportier als hij Landsman uit bed komt halen. Landsman woont op 505, met uitzicht op het neonbord van het hotel aan de overkant van Max Nordau Street. Dat is hotel Blackpool, een woord dat door Landsmans nachtmerries spookt. ‘Ik heb mezelf toegang moeten verschaffen.’ De nachtportier is een voormalige Amerikaanse marinier die zijn eigen heroïneverslaving de baas is geworden in de jaren zestig, toen hij terugkwam van de puinhopen van de Cubaanse oorlog. Hij treedt de verslaafde bewoners van het Zamenhof met moederlijke zorg tegemoet. Hij leent ze geld en zorgt ervoor dat ze met rust gelaten worden als ze dat nodig hebben. ‘Heb je in de kamer ergens aan gezeten?’ vraagt Landsman. ‘Alleen aan het geld en de juwelen,’ zegt Tenenboim. Landsman trekt zijn broek en schoenen aan en hijst zijn bretels op. Daarna draaien hij en Tenenboim zich om naar de deurkruk, waar een stropdas aan hangt, rood met grote bruine strepen, voorgestrikt om tijd te besparen. Landsman heeft nog acht uur voordat hij weer aan de bak moet. Acht rattenuren, lurkend aan de fles, in zijn glazen kooi tussen de houtwol. Landsman zucht en pakt zijn das. Hij laat hem over zijn hoofd glijden en schuift de strop omhoog tegen zijn boord. Hij trekt zijn jasje aan, voelt of zijn portefeuille en politiepenning in zijn borstzak zitten, en geeft een klopje op de sjolem die hij in een holster onder zijn oksel draagt, een korte Smith & Wesson Model 39. ‘Ik maak je niet graag wakker, inspecteur,’ zegt Tenenboim. ‘Maar ik heb gemerkt dat je niet echt slaapt.’ ‘Ik slaap wel, hoor,’ zegt Landsman. Hij pakt het borrelglas waar hij op het ogenblik een relatie mee heeft, een souvenir van de Wereldtentoonstelling van 1977. ‘Ik doe het alleen in mijn ondergoed.’ Hij heft het glas en brengt een toast uit op de dertig jaar die er sinds de Wereldtentoonstelling in Sitka verstreken zijn. Een hoogtepunt van de Joodse beschaving in het noorden, zeggen ze, en wie is hij om dat te betwisten? Veertien was Meyer Landsman die zomer, en hij ontdekte net de verrukkingen van Joodse vrouwen, die in 1977 ook op hun hoogtepunt geweest moeten zijn. ‘Rechtop in een stoel.’ Hij drinkt het glas leeg. ‘Met een sjolem om.’ Volgens de artsen, de therapeuten en zijn ex-vrouw drinkt Landsman bij wijze van zelfmedicatie, om de buizen en kristallen van zijn gemoed te regelen met de botte bijl van pure slivovitsj. In werkelijkheid kent Landsmans gemoed maar twee standen: uit, of aan het werk. Meyer Landsman is de meest onderscheiden rechercheur van het district Sitka, de man die de moord op de mooie Froma Lefkowitz door haar man de bontwerker heeft opgelost, en die Podolski de Ziekenhuismoordenaar heeft opgepakt. Door zijn verklaring is Heiman Tsjarni levenslang achter de tralies van een federale gevangenis verdwenen, de eerste en laatste keer dat een strafklacht tegen een Verbover gangster overeind is gebleven. Hij heeft het geheugen van een bajesklant, het lef van een brandweerman en de scherpe blik van een inbreker. Als er misdaad te bestrijden valt, scheurt Landsman door Sitka als iemand die met zijn broekspijp aan een raket is blijven haken. Alsof er achter hem filmmuziek speelt, met veel castagnetten. Hij krijgt pas problemen als hij niet werkt, als zijn gedachten wegwaaien uit het open raam van zijn brein als de vellen van een vloeiblok. Soms is er een zware presse-papier voor nodig om ze bij elkaar te houden. ‘Het spijt me, je hebt al werk genoeg,’ zegt Tenenboim. Toen Landsman nog bij de narcoticabrigade zat, heeft hij Tenenboim vijf keer gearresteerd. Dat is de hele basis voor wat tussen hen voor vriendschap doorgaat. Het is bijna genoeg. ‘Het is geen werk, Tenenboim,’ zegt Landsman. ‘Ik doe het uit liefde.’ ‘Dat geldt voor mij ook,’ zegt de nachtportier. ‘Als nachtportier van een achenebbisjhotel.’
|
|
|
|
 |
| |
|
|
FICTIE - BOEKEN - TITELINFORMATIE |
Oorspr. titel: |
The Yiddish Policemen’s Union |
Bindwijze: |
Midprice-editie |
|
| |
 |
|
|
|
|
 |
|
|