|
| |
Augustus 1616. De Noordelijke IJszee rond Spitsbergen vriest langzaam dicht, het daglicht wordt schaarser. Het jachtseizoen zit erop en de walvisvaarder Heartsease maakt zich op voor de thuisreis naar Engeland. Het is zaak te vertrekken voordat de helse winter invalt en het schip vast komt te zitten in het poolijs. In de woorden van het scheepsmaatje: met Kerstmis ben je krankzinnig en met Nieuwjaar ben je dood.
Als aan boord de rum rijkelijk vloeit, laat de zwijgzame Thomas Cave zich verleiden tot een weddenschap: hij zal een overwintering op Spitsbergen, alleen, in ijzige kou en totale duisternis, overleven. Cave blijft achter met voorraden, een bijbel en een dagboek om zijn gedachten en belevenissen in op te tekenen, voor het geval hij het einde van de winter niet mocht halen.
Als de poolnacht valt en de temperatuur tot ver onder het vriespunt daalt, begint de eenzame strijd van Thomas Cave tegen de kou, de ijsberen en vooral met de geesten uit zijn verleden: de vrouw en het kind van wie hij hield, en het verdriet dat hem naar het noorden dreef.
|
|
|