|
| |
Aan de vooravond van zijn vijfendertigste verjaardag is de naamloze verteller blut, vervreemd van zijn vrouw en drie kinderen, en woont hij in bij een goede vriend. In vier dagen tijd probeert hij zijn bestaan op orde te krijgen. Hij wil zoveel mogelijk geld bij elkaar sprokkelen met klussen in de bouw, hoewel hij in de buurt bekend staat als ‘de professor’, aangezien hem ooit een academische toekomst werd toegedicht. Mijmeringen over zijn huidige bestaan worden afgewisseld met herinneringen uit zijn turbulente verleden.
Man gaat neer is een poëtisch geschreven roman, en een bijzonder debuut – indringend en aangrijpend. Over de Amerikaanse Droom die niet uitkomt, over hoe het is om tot mislukken gedoemd te zijn en om aan dat vonnis te willen ontsnappen.
|
|
|