Mijn leven als Bekende Nederlander begon enkele maanden geleden. Het debuut – De geboorte van een wees - lag net bij de drukker toen Carel Peeters me belde. Zijn naam was correct gespeld op het memootje dat mijn tienerdochter voor me had neergelegd. De beller was van Vrij Nederland; op de vraag had mijn dochter bevestigend geknikt, terwijl haar blik zich even losweekte van Glee, haar favoriete tv-programma. Het kengetal van het telefoonnummer klopte met de plaats waar het tijdschrift resideerde. Zwaar gelukkig ging ik die avond slapen.
Ik herinner me een zonnige dag in het Vondelpark. Prosecco en rosé waren nog niet ontdekt. Met een groep studiegenoten dronk ik rode wijn terwijl we filosofeerden over geluk en wat dat inhield. Afgezien van wat orgasmes, diploma-uitreikingen en voor een enkeling het behalen van een rijbewijs of de hoofdrol in de schoolmusical, hadden wij tot dan toe bar weinig geluksmomenten beleefd. We concludeerden samen met Aristoteles dat geluk in een mensenleven bepaald werd door de mate waarin iemand gelukt was. Voor ons als studenten Nederlands was een mens pas echt gelukt als hij er in zijn leven in slaagde een boek te schrijven. Eén met een isbn-nummer wel te verstaan, en nog beter: een boek met het logo van een gerenommeerde uitgeverij erop.
Gelukt ben ik nu dus, met mijn 9789041417619 en het contract van Anthos in de kast. Gelukkig was ik alleen op het moment dat ik mijn handtekening zette in een kamertje van de uitgeverij. Al snel daarna kwamen de angstdromen. Een kiosk in Persingen (89 inwoners) zou als enige een exemplaar kopen en het na enkele maanden als brandhout gebruiken. Een recensent van De veerkrachtige shuttle zou de karakters bestempelen als gebaseerd op goedkoop sentiment, het verhaal als ongeloofwaardige lectuur.
Op de ochtend die volgde op de dag dat Carel Peeters belde, zette ik mijn dromen van die nacht voort. Kort na het interview dat hij met me zou voeren, lag er een uitnodiging voor het boekenbal op de mat. Tijdens het smeren van de boterhammen voor de kinderen piekerde ik over hoe ik de boel thuis zou organiseren bij mijn afwezigheid vanwege opnames voor Wie is de mol en ik bedacht ook alvast wat leuke fragmenten voor Zomergasten.
Carel Peeters had een hele vriendelijke stem. De telefoon was veelvuldig overgegaan voor hij opnam. Een redacteur is een drukbezet mens, dat snapte ik heel goed. Daarom had ik ook alvast wat afspraken verzet voor de komende week. Met een lege weekagenda voor me en de pen in de aanslag zat ik er helemaal klaar voor.
Dat ik zo snel had teruggebeld kon Carel Peeters wel waarderen. Hij zou derhalve de verhoging na de tweede brief van het incassobureau kwijtschelden. We hoefden alleen de Deense parkeerboete en de administratiekosten te betalen.
Carel Peeters heb ik na het gesprek vriendelijk bedankt. Even was ik immers heel gelukkig
Ik sluit me nu maar aan bij Rutger Kopland die in een gedicht zegt dat geluk zich verbergt in de herinnering. Het grootste geluk ligt in de herinnering aan het schrijven zelf. Gelukt of niet ik schrijf hoe dan ook een tweede boek.